Geaccrediteerde nascholing
Menu

Cognitieve gedragstherapie voor mensen met een verhoogd risico op psychose

Door op 17-12-2019
  • 00Inleiding
  • 01Aangetoonde effectiviteit van CGT bij UHR: de EDIE-NL-studie
  • 02Cognitieve gedragstherapie bij UHR
  • 03Conclusie 
  • 04Reacties (0)

Samenvatting

Samenvatting van geaccrediteerde nascholing
(eLearning; 1 PE punt)

In dit artikel, een samenvatting van het volledige artikel zoals verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, worden ontwikkelingen besproken op het gebied van vroegdetectie en behandeling van psychotische kwetsbaarheid met betrekking tot cliënten met een zogenaamd ultrahoog risico (UHR) of ‘at risk mental state’ (ARMS). Hierbij gaat het om informatie over meetinstrumenten om dit risico in te schatten en over behandelmogelijkheden bij deze doelgroep. Daarbij staat een cognitief-gedragstherapeutische behandeling (CGT) gericht op het voorkómen van psychose centraal. Deze behandeling blijkt (kosten)effectief en vermindert de kans op terugval.

Het aantal mensen in de algemene bevolking dat ooit psychotische symptomen rapporteert ligt rond de 20%. Helaas is nog niet goed te voorspellen bij wie de klachten vanzelf weer voorbijgaan, en bij wie klachten zullen verergeren. Daarom is het zinnig preventief behandeling aan te bieden.

CAARMS
De Comprehensive Assessment of At Risk Mental State (CAARMS) is het meetinstrument waarmee vastgesteld kan worden of iemand ‘at risk’ is voor het ontwikkelen van een psychose of andere ernstige psychische klachten. De CAARMS is een semigestructureerd interview, waarbij op basis van startvragen – omtrent allerlei psychotische klachten en subklinische varianten daarvan – een beeld wordt verkregen van de mate van psychopathologie.

Grootschalig onderzoek
Enkele jaren geleden vond in Nederland op vier GGZ-locaties een grootschalig onderzoek plaats met het doel te bekijken of het mogelijk was de kans op het ontwikkelen van een psychose van cliënten met een UHR-profiel te verkleinen. De Early Detection and Intervention Evaluation trial (EDIE-NL) was een gerandomiseerd onderzoek, die CGT-UHR voor mensen met een UHR-profiel als een add-on behandeling vergeleek met standaardbehandeling (treatment as usual: TAU). De doelgroep bestond uit mensen die hulp zochten bij de GGZ vanwege psychische klachten zoals angst- of stemmingsklachten. Mensen werden vervolgens geïnterviewd met de CAARMS. Hieruit bleek dat er 104 cliënten reeds psychotisch waren, wat in veel gevallen niet was gediagnosticeerd door de hoofdbehandelaars. Uiteindelijk voldeden 302 deelnemers aan het UHR-profiel, van wie er 201 werden gerandomiseerd voor de EDIE-NL studie. Van de 201 werden 98 cliënten gerandomiseeerd voor de CGT-UHR + TAU-groep. Zij kregen dus naast hun standaardbehandeling CGT-UHR-behandeling aangeboden. De overige 103 cliënten werden gerandomiseerd in de TAU-groep en kregen dus alleen standaardbehandeling (TAU).

Gemiddeld genomen werden tien sessies gegeven in de CGT-UHR-conditie (range:1-25 sessies). Op achttien maanden werd gevonden dat tien deelnemers (10%) in de CGT-UHR-conditie uiteindelijk alsnog een psychose kregen, terwijl in de controleconditie (TAU) 22 deelnemers (22%) psychotisch werden. Dit betekent dat de kans op een psychose met behulp van CGT-UHR bijna met de helft verminderd kan worden.

De resultaten bleken na 48 maanden nog steeds significant te zijn. Dit wijst erop, dat een psychose niet alleen uitgesteld kan worden maar vermoedelijk zelfs voorkomen kan worden. Bovendien blijkt de CGT-UHR-behandeling kosteneffectief te zijn.

Cognitieve gedragstherapie bij UHR
Zoals uit de besproken empirische literatuur blijkt, kan cognitieve gedragstherapie worden aangeboden als er bij iemand een verhoogd risico op psychose aanwezig is. Het protocol voor CGT-UHR kent vier elementen, die in min of meer opeenvolgende fases verlopen:

  • Psycho-educatie over opmerkelijke ervaringen.
    Cliënten met UHR-klachten zijn zich vaak bewust van hun buitengewone en opmerkelijke belevingen en maken zich hier vaak zorgen over. Het is erg belangrijk hiernaar te vragen en hierover psycho-educatie te geven.
  • Metacognitieve training over cognitieve tendensen
    Dit onderdeel van de therapie bestaat grotendeels uit psycho-educatie, maar is ook al deels gericht op oefenen met het herkennen van de eigen cognitieve (redeneer)tendensen.
  • Cognitief-gedragstherapeutische interventies
    In het eerste deel van de therapie worden G-schema’s gebruikt om meer inzicht te krijgen in automatische gedachten. Met behulp van de cognitieve technieken leert de cliënt alternatieve verklaringen te bedenken voor de buitengewone ervaringen. Dit zorgt er vaak voor dat de cliënt begint te twijfelen aan de oorspronkelijke (angstwekkende) verklaring. De twijfel biedt vervolgens ruimte voor het aangaan van gedragsexperimenten, die erop gericht zijn veiligheidsgedrag en vermijding te doorbreken.
  • Afronding
    In de afrondende fase wordt de CAARMS opnieuw afgenomen. Op basis van de uitkomsten wordt verder beleid bepaald, bijvoorbeeld of het zinvol is om CGT voort te zetten.

Samenvattend
Samenvattend kan worden gesteld dat het belangrijk is stil te staan bij risico’s voor mensen met milde psychotische klachten en dat CGT hier goed bij kan helpen. CGT is inmiddels volgens Europese standaarden erkend als de behandeling van eerste keus voor UHR; het is effectief en kostenbesparend en ten opzichte van psychofarmacotherapie wordt het vaak beter verdragen. Tegelijkertijd slaagt de UHR-behandeling er nog niet goed in om comorbiditeit te verminderen, waardoor mensen toch kwetsbaar kunnen blijven.

PsyXpert
Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het nascholingsartikel ‘Cognitieve gedragstherapie voor mensen met een verhoogd risico op psychose’ door dr. Jurrijn Koelen (GZ-psycholoog en postdoctoraal onderzoeker), Drs. Kim Helmus, (GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog (GIOS) en onderzoeker) en Dr. Tamara Kraan (GZ-psycholoog, cognitief gedragstherapeut VGCt in opleiding). Het volledige artikel is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2019-4. Na het bestuderen van dit artikel:

  • weet u hoe u moet inschatten wanneer er sprake is van een verhoogd risico;
  • beschikt u over basiskennis van instrumenten die gebruikt kunnen worden bij de screening en diagnostiek van een ultrahoog risico (UHR);
  • kunt u verschillende cognitieve tendensen herkennen in deze doelgroep;
  • heeft u inzicht in behandelmogelijkheden door middel van CGT;
  • kent u het belang van psycho-educatie en vooral het ‘normaliseren’ van bijzondere ervaringen in deze doelgroep;
  • weet u wat een dergelijke behandeling beoogt en wat u ermee kunt bereiken.

Bent u psychiater, klinisch psycholoog, NVP-lid of Eerstelijnspsycholoog NIP? Dan kunt u de bijbehorende e-learning vinden op www.psyxpert.nl en 1 PE-punt behalen.

Bent u lid? Log in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Koelen, J.A.
Helmus, K.
Kraan, T.
Thema Hoofdartikel - Behandelen
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 17 december 2019
Editie Psyxpert - Jaargang 5 - editie 4 - 2019-4

Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel:

  • weet u wat een verhoogd risico op psychose betekent;
  • weet u hoe u moet inschatten wanneer er sprake is van een verhoogd risico;
  • beschikt u over basiskennis van instrumenten die gebruikt kunnen worden bij de screening en diagnostiek van een ultrahoog risico (UHR);
  • kunt u verschillende cognitieve tendensen herkennen in deze doelgroep;
  • heeft u inzicht in behandelmogelijkheden door middel van CGT;
  • kent u het belang van psycho-educatie en vooral het ‘normaliseren’ van bijzondere ervaringen in deze doelgroep;
  • weet u wat een dergelijke behandeling beoogt en wat u ermee kunt bereiken.