Psychische stoornissen als symptoomnetwerken 1 punt

Een conceptuele introductie en implicaties voor de klinische praktijk

Hoofdartikel - Diagnostiek

Samenvatting van e-learning over de netwerkbenadering van psychopathologie

Wat is een psychische stoornis?

Wat is een psychische stoornis eigenlijk? Dat is een gemakkelijke vraag om te stellen. Moeilijker is het om een sluitend antwoord te formuleren. In PsyXpert bespreekt universitair hoofddocent aan Tilburg University dr. Angélique Cramer de netwerkbenadering, een recente stroming die een radicaal andere kijk hanteert dan de gangbare ‘klassieke’ visie op psychopathologie. In het geaccrediteerde nascholingsartikel introduceert Cramer het concept en geeft ze implicaties voor de klinische praktijk.

Klassieke benadering
In de klassieke benadering wordt een psychische stoornis opgevat als een gemeenschappelijke oorzaak van zijn waarneembare symptomen. Een belangrijke assumptie van dergelijke modellen is dat de symptomen zelf geen directe relaties met elkaar hebben. Deze assumptie is heel aannemelijk in het geval van een kwaadaardige longtumor, maar is deze assumptie wel houdbaar als het gaat om psychische stoornissen? Nee, zo hebben diverse wetenschappers betoogd. Voor veel symptomen uit de DSM geldt dat het intuïtief logisch lijkt om juist wel directe relaties te veronderstellen: een paniekaanval hebben gehad -> bang zijn voor de consequenties van de paniekaanval; vermoeidheid -> irritatie.

Directe interacties
De netwerkbenadering stelt daarom dat een stoornis, zoals depressie, het gevolg is van directe interacties tussen symptomen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat iemand – bijvoorbeeld naar aanleiding van een scheiding of een andere significante gebeurtenis – een sombere stemming ontwikkelt. Die sombere stemming leidt er na verloop van tijd toe dat iemand slechter gaat slapen. Als gevolg daarvan raakt iemand vermoeid en dat leidt op den duur weer tot concentratieproblemen en gevoelens van zelfverwijt, omdat het werk begint te lijden onder de concentratieproblemen. Inmiddels wordt de netwerkbenadering van psychische stoornissen steeds vaker toegepast in wetenschappelijk onderzoek.

Knopen en pijlen
Wat kan de netwerkbenadering nu betekenen voor de klinische praktijk? Een van de krachten van de netwerkmethodologie is dat men steeds beter in staat is om netwerken te schatten voor individuele patiënten. Hiervoor zijn speciale data nodig die we tijdseries noemen: met behulp van bijvoorbeeld een app op een smartphone wordt meerdere malen per dag aan een patiënt gevraagd een aantal vragen te beantwoorden, bijvoorbeeld over de stelling ‘ik voel me somber’ of ‘ik ben angstig’.
Het resultaat van deze dataverzameling is dat voor een individuele patiënt een netwerk kan worden geschat. Zo’n netwerk kan worden gevisualiseerd door elke gemeten variabele voor te stellen als een knoop (cirkel). Tussen de knopen worden pijlen weergegeven: een positieve pijl (groen) of negatieve pijl (rood) stelt een temporele predictieve relatie voor. Hoe dikker de pijl, ongeacht de kleur, hoe sterker het verband is.

Kwetsbaarheid en centraliteit
Implicaties voor de klinisch praktijk uit het netwerk zijn gebaseerd op de factoren kwetsbaarheid en centraliteit. Kwetsbaarheid heeft te maken met de connectiesterkte tussen symptomen. Sterkere verbindingen tussen symptomen, weergegeven als dikkere pijlen, zijn analoog aan dominostenen (de symptomen) die dicht op elkaar staan. Als om wat voor reden dan ook een dominosteen omvalt (bijvoorbeeld het ontwikkelen van slaapproblemen na verlies van een baan) dan is er een grote kans dat de andere dominostenen ook zullen omvallen, doordat ze zo dicht op elkaar staan. Het netwerk van sommige mensen is in die zin dus kwetsbaar: het ontwikkelen van één symptoom kan gemakkelijk tot de ontwikkeling van andere symptomen leiden en wellicht uiteindelijk culmineren in een depressieve episode. Bij een ander is er weinig connectiesterkte en zijn de pijlen minder dik. Deze opvatting van kwetsbaarheid kan in de klinische praktijk zowel betrokken worden bij het stellen van een diagnose als bij de behandeling.

Centraliteit
Als een netwerk eenmaal geschat is op basis van tijdseries data van een persoon, dan zijn er verschillende mogelijkheden om dat netwerk verder te analyseren. Een van deze mogelijkheden is het uitrekenen van de zogeheten centraliteit van elk symptoom in het netwerk. Een centraal symptoom is sterk verbonden met andere symptomen in het netwerk. Dit betekent dus dat een centraal symptoom een risicovol symptoom is. Ook hier dient rekening mee te worden gehouden als het gaat om het stellen van een diagnose en de keuze voor een behandeling.

Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het nascholingsartikel ‘Psychische stoornissen als symptoomnetwerken; een conceptuele introductie en implicaties voor de klinische praktijk’ door dr. Angélique Cramer. Het volledige artikel is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2017-2.

Na het bestuderen van dit artikel:

  • kent u het conceptueel begrip van de netwerkbenadering, de klassieke benadering, en de belangrijkste verschillen tussen deze benaderingen;
  • bent u op de hoogte van het conceptueel begrip van het maken van netwerken voor individuele personen;
  • weet u meer over twee belangrijke begrippen in de netwerkbenadering: kwetsbaarheid en centraliteit;
  • kent u de implicaties van de netwerkbenadering voor de klinische praktijk.

Bent u psychiater, klinisch psycholoog, NVP-lid of Eerstelijnspsycholoog NIP? Dan kunt u de bijbehorende e-learning vinden op www.psyxpert.nl en 1 PE-punt behalen.

Bent u lid? Log in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Download bij dit artikel

Lid worden van PsyXpert

Een abonnement geeft u toegang tot alle artikelen van het tijdschrift en de geaccrediteerde e-learning

Meer informatie

Vraag nu een gratis proefexemplaar aan

Direct aanvragen