Geaccrediteerde nascholing
Menu

'Psychotherapeuten en psychiaters weten te weinig van de neurobiologie'

‘Psychotherapeuten en psychiaters weten te weinig van de neurobiologie’

Samenvatting van het interview met Harold van Megen

Dr. Harold van Megen studeerde geneeskunde aan de UvA in Amsterdam, waarna hij zich in het AMC specialiseerde in de psychodynamische kant van de psychiatrie. Daarna promoveerde hij op een psychofarmacologisch onderwerp: de rol van neuropeptiden bij paniekstoornissen. Sinds 2011 is hij A-opleider psychiatrie en geriatrie bij GGz Centraal. Zijn klinische specialisatie is angst- en dwangstoornissen en de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Bas van Heycop ten Ham, redactielid van PsyXpert en vrijgevestigd klinisch psycholoog en psychotherapeut, interviewde Van Megen voor PsyXpert 2020-04.

Van Megens keuze voor de neurobiologische kant van het vak, kwam voort uit wat hij meemaakte in het AMC. “Ik had toentertijd het proefschrift van Hans den Boer gelezen en dat ging over het gebruik van SSRI’s bij paniekstoornissen. Dat bleek effectief. Dat heb ik vervolgens toegepast bij een patiënt die al 20 jaar kampte met paniekaanvallen en evenzoveel behandelaars had gehad in die periode. En jawel, binnen vier weken was die patiënt van zijn paniekstoornis af. Toen ik dit presenteerde bij de medische staf, kreeg ik als enige commentaar van de geheel analytische staf, dat het een overdrachtsgenezing van mij was. Het kon volgens hen niet aan de pillen liggen.”

 

 Utrecht
“Dat vond ik zo on-academisch en weinig inspirerend dat ik besloot om naar Utrecht te gaan, destijds bekend om de biologische psychiatrie. Dat betekende ook direct dat ik in Amsterdam werd geëxcommuniceerd: heel veel mensen weigerden nog met mij te praten, want ik was in het hol van de vijand beland. In Utrecht heb ik vervolgens ook mijn promotieonderzoek gedaan naar neuropeptiden bij angst.”

Animositeit tussen psychologen en psychiaters
Van Megen vertelt in het interview dat hij het vervelend vindt dat je in de psychiatrie altijd te maken hebt met het waxing and waning van stromingen. “Als je van de neurobiologische stroming bent, dan wordt de psychologie verguisd en andersom. Het is jammer dat we voortdurend het kind met het badwater weggooien. Er lijkt historisch gezien een soort animositeit te bestaan tussen psychologen en psychiaters, terwijl je ook neuropsychologen hebt die heel goed thuis zijn op het vlak van de hersenen. Tijdens de behandeling van dwangstoornissen probeer ik een voorstelling te maken van iemands symptomen en welk neurobiologisch correlaat ik daarbij zie. Wanneer iemand meer aan de kant van angst zit, schrijf ik een SSRI voor. En wanneer iemand meer aan de verslavingskant zit, schrijf ik iets voor wat daarbij past.”

Scan
De neurobiologie kan volgens Van Megen helpen je psychotherapeutische beleid te bepalen. “Het zou aardig zijn als je van tevoren een scan kunt maken van het gebied waar de dwang zich bij een patiënt bevindt en hoe je de behandeling hierop gaat aanpassen. Aan de hand daarvan kun je bepalen of je bijvoorbeeld de Inference Based Approach (IBA) inzet of iets anders. Een exposurebehandeling is een heel effectieve behandeling, dat is evident. Maar het is ook een pittige behandeling die sommige mensen als heel zwaar ervaren. Als je van tevoren weet dat mensen dit te zwaar gaan vinden, dan is het fijn om hun een alternatief te kunnen bieden.”

Meerwaarde van kennis over het neurobiologisch substraat
Van Megen is auteur van tientallen artikelen en maakte deel uit van de redactie van het Handboek Psychologische psychiatrie en het Handboek Psychiatrie, religie en spiritualiteit. Een boek schrijven voor psychotherapeuten om meer te leren over de neurobiologische functiestoornissen, ziet Van Megen ook wel zitten. “Onderzoeksvragen gaan steeds vaker over het neurobiologische substraat. In Amerika krijg je zelfs geen subsidie meer als je dat onderwerp niet meeneemt in je onderzoek. Daarmee zeg ik niet dat alleen dit de sleutel is, maar de kennis ervan heeft zeker een meerwaarde. Overigens zou die kennis niet alleen goed zijn voor psychotherapeuten maar ook voor de gemiddelde psychiater. Die weet er naar mijn mening te weinig vanaf. Er is recent een nieuw opleidingsplan geschreven voor psychiaters met daarin beduidend meer neurobiologie.”

PsyXpert
Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het interview met Harold van Megen. Het volledige interview is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2020-4. Meer weten? Kijk op www.psyxpert.nl.

Bent u lid? Log in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs van Heycop ten Ham, B.F.
Vogelaar, T.
Thema Interview
Publicatie 23 december 2020
Editie Psyxpert - Jaargang 6 - editie 4 - 2020-4