Geaccrediteerde nascholing
Menu

Infant Mental Health: baby’s met psychische problemen?

Van stoornisgericht naar relationeel en ontwikkelingsgericht

  • 00Inleiding
  • 01Analyse
  • 02Achtergrond Infant Mental Health
  • 03Beschikbaar zijn als ouder
  • 04Representatie
  • 05Interventies
  • 06Van theorie terug naar de casus
  • 07Relationeel en ontwikkelingsgericht, ouders willen graag een oplossing
  • 08Reacties (0)

Samenvatting

Samenvatting van geaccrediteerde nascholing

De aandacht voor de (mentale) gezondheid van jonge kinderen (9 maanden tot 6 jaar) wordt steeds belangrijker. Er kan op verschillende manieren naar de ontwikkeling van jonge kinderen worden gekeken. De visie vanuit de Infant Mental Health (IMH) is gebaseerd op wetenschappelijke en klinische kennis afkomstig uit de neurobiologie, de sociologie, de ontwikkelingspsychologie, de psychiatrie, de pedagogiek, de psychoanalyse en de gedragstherapie. In deze samenvatting van een artikel zoals verschenen in PsyXpert 2021-01, wordt dieper ingegaan op de IMH-visie.

Als een professional werkt vanuit de IMH-visie (IMH-specialist DAIMH, Dutch Association Infant Mental Health), wordt er eerst een analyse gemaakt van de mogelijke factoren die een rol spelen bij de problematiek. Deze analyse omvat factoren op medisch en psychosociaal vlak, ontwikkelingscompetenties en -tekorten én factoren binnen de relationele context. De relationele factoren betreffen de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie met een of beide ouders en het opvoedingsklimaat.

Met deze informatie kan een diagnostische classificatie volgens de DC:0-52 worden gemaakt. De DC:0-5 is een specifiek classificatiesysteem voor de baby- en vroege kindertijd, vergelijkbaar met de DSM-5, waarbij ook het perspectief van de vroege ontwikkeling en dat van de context waarin het kind opgroeit worden meegenomen en mogelijke stressfactoren die de ontwikkeling kunnen bedreigen.

Relatie jonge kind en ouders
In de IMH-visie staat de relatie tussen het jonge kind en diens ouders centraal. De baby ‘bestaat’ niet zonder de ouder, simpelweg omdat de baby dit (nog) niet kán. De fysieke bescherming is nodig om lichamelijk te overleven. Maar de interactie met de ander heeft ook een andere belangrijke functie: de interactie bevordert de ontwikkeling van de ‘eigenheid’ van de baby: een kern-zelfgevoel. De baby leert via de reacties van de ouder de eigen signalen herkennen. In sensitieve en responsieve interacties met de ouder wordt de hersenontwikkeling gestimuleerd en worden er steeds meer complexe netwerken gevormd. De baby ervaart ruimte om te leren in relatie tot de ander.

Relatie onder druk
Als de ontwikkeling van de baby niet goed verloopt en ouders raken overbelast, wordt dat direct zichtbaar in de relatie tussen de baby en de ouder(s). De relatie komt onder druk te staan. De druk op de relatie vergroot de regulatieproblemen: de baby komt niet in een prettig eigen ritme van slapen, eten en ontdekken. De aanleiding hiervan kan liggen bij de baby (kindfactoren), bij de ouders (ouderfactoren) of bij omgevingsfactoren zoals bijvoorbeeld stress voortkomend uit armoede of woonomstandigheden. Of de aanleiding kan liggen bij alle drie deze factoren tegelijk.

De representatie, herinneringen of associaties in emoties en gedachten, die op een eerder moment van het leven van de ouder zijn geleerd, speelt in de interactie met de baby eveneens continu een rol en kan een positieve, maar ook een negatieve invloed hebben.

Interventies
Behandeling van regulatieproblemen van een baby kan bestaan uit verschillende interventies, afhankelijk van de analyse van de factoren die een rol spelen. De behandeling kan bestaan uit het behandelen van de ouder of uit een geprotocolleerde interventie gericht op de problemen van de baby. In sommige gevallen is het noodzakelijk om te interveniëren op omgevingsfactoren.

Welke interventies ook passend zijn binnen de IMH-behandeling, het bevorderen van het mentaliserend vermogen van ouders is altijd een overkoepelend belangrijk doel. Hoe beter ouders in staat zijn zich te verplaatsen in de beleving van hun baby én zich bewust zijn van (de invloed van) hun eigen beleving op de relatie, des te beter het hen lukt om op structurele basis en toekomstbestendig de spanning op de relatie te verminderen en de emotionele veiligheid te bevorderen, ook in mindere tijden.

PsyXpert
Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het nascholingsartikel ‘Infant Mental Health: baby’s met psychische problemen?’ door Lucie van den Eertwegh, Msc (GZ-psycholoog) en drs. Yael Meijer (klinisch psycholoog en psychotherapeut). Het volledige artikel is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2021-1. Na het bestuderen van dit artikel:

  • weet u wat het specialisme Infant Mental Health inhoudt;
  • bent u bekend met de wijze van diagnostiek bij jonge kinderen < 6 jaar met de DC:0-5;
  • kunt u beargumenteren wat het belang is van een goede assessment van de ouder-kindinteractie bij het uitvoeren van zorgvuldige diagnostiek in deze leeftijdsrange;
  • kunt u interventies noemen die passend zijn binnen een behandeling van jonge kinderen < 6 jaar en hun gezinnen;
  • weet u waar u op kunt letten als u een volwassene in behandeling heeft die ook de verantwoordelijkheid draagt voor de zorg voor een jong kind.

Bent u psychiater, klinisch psycholoog, NVP-lid of Eerstelijnspsycholoog NIP? Dan kunt u de bijbehorende e-learning vinden op www.psyxpert.nl en 1 à 1.5 PE-punt behalen (afhankelijk van beroepsvereniging).

Bent u lid? Log in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Eertwegh, mevrouw L. van den
Meijer, mevrouw Y.
Thema Hoofdartikel - Diagnostiek
Accreditatie 1.5 accreditatiepunten
Publicatie 15 maart 2021
Editie PsyXpert - Jaargang 7 - editie 1 - 2021-1

Leerdoelen

Leerdoelen
Na het bestuderen van dit artikel:

  • weet u wat het specialisme Infant Mental Health inhoudt;
  • bent u bekend met de wijze van diagnostiek bij jonge kinderen < 6 jaar met de DC:0-5;
  • kunt u beargumenteren wat het belang is van een goede assessment van de ouder-kindinteractie bij het uitvoeren van zorgvuldige diagnostiek in deze leeftijdsrange;
  • kunt u interventies noemen die passend zijn binnen een behandeling van jonge kinderen < 6 jaar en hun gezinnen;
  • weet u waar u op kunt letten als u een volwassene in behandeling heeft die ook de verantwoordelijkheid draagt voor de zorg voor een jong kind.