Geaccrediteerde nascholing
Menu

Bijscholen aan de keukentafel

Nascholen over psychotherapie
was nog nooit zo makkelijk

Dit krijgt u bij een lidmaatschap:

  • Onbeperkt E-learning (16 PE punten)
  • Het tijdschrift PsyXpert (per kwartaal)
  • Online kenniscentrum

Lid wordenVrijblijvend proberen

Vrijblijvend proberen?

psyxpert_waaier.png

Vraag een proefversie aan

Digitaal of direct op de mat? Vraag nu een proefnummer aan van één van onze recente magazines.

Proefversie aanvragen

laptop2

Test onze E-learning

Maak vrijblijvend kennis met onze e-learnings en ontvang één gratis PE punt voor de e-learning die u maakt.

E-learning testen

psyxpert devices

Start uw abonnement

Via onze manier van nascholing 16 PE punten per jaar vergaren? Vraag direct uw abonnement aan.

Abonnement aanvragen

Interviews

Bij elke editie van PsyXpert wordt een interview opgenomen met een prominente gast uit het vakgebied. Voor abonnees zijn de 1 uur durende interviews hieronder te bekijken. Voor niet-abonnees staan hier de eerste 10 minuten van alle interviews.

Editie 4

2020-4

IBA: de obsessieve twijfel achter dwangklachten

Samenvatting van geaccrediteerde nascholing De Inference Based Approach (IBA) is een cognitieve therapie zonder exposure met responspreventie voor OCS. In deze samenvatting van een nascholingsartikel verschenen in PsyXpert 2020-04, leest u er meer over. De behandeling is gebaseerd op het verschijnsel inferential confusion : het verwarren van een mogelijkheid met dat wat er daadwerkelijk hier en nu aan de hand is. In de IBA-behandeling leert de patiënt zijn obsessies herkennen als het obsessief twijfelen over een situatie. Hij leert de principes van inferential confusion en ziet in hoe dit redeneerproces ervoor zorgt dat hij steeds meer geabsorbeerd raakt door de dwang. Samen met de therapeut zoekt hij naar alternatieve uitgangspunten om naar het obsessieve onderwerp te kijken. De IBA-methode is ontstaan vanuit klinische observaties van patiënten met OCS in Canada. In 1995 merkten O’Connor en Robillard op dat elke obsessie kan worden beschreven als een obsessieve twijfel: 'misschien heb ik de deur niet op slot gedraaid, misschien ben ik pedoseksueel, misschien zijn mijn handen besmet met Salmonella , misschien sterft mijn partner'. Het obsessief twijfelen wordt gevoed door het redeneerproces inferential confusion . Dit is het verwarren van datgene wat de patiënt met OCS zich kan inbeelden met datgene wat er hier en nu daadwerkelijk aan de hand is. Primaire en secundaire twijfel De obsessieve twijfel kan worden opgesplitst in de primaire en de secundaire twijfel. Voor de primaire twijfel geldt dat dit het startpunt van dwang is. De secundaire twijfels betreffen de (vaak rampzalige) gevolgen, in het geval dat de primaire twijfel waar is. De dwanghandeling wordt ingezet om de primaire twijfel op te lossen: wanneer de primaire twijfel immers niet zou bestaan, zou de dwanghandeling overbodig zijn. Vanuit deze casusconceptualisatie wordt geredeneerd, dat er geen noodzaak meer is voor het uitvoeren van de dwanghandeling als de primaire twijfel wordt opgelost. Het doel van IBA is dan ook dat de patiënt een andere manier ontdekt om obsessieve twijfel op te lossen: door zich te baseren op (innerlijke) waarneming en kennis die de patiënt ook gebruikt in neutrale situaties. Behandelcycli Dit behandeldoel wordt bereikt via verschillende behandelcycli. De eerste fase behelst het in kaart brengen van alle dwanghandelingen en situaties die vermeden worden. Patiënt en behandelaar gaan op zoek naar de primaire en secundaire twijfel die verborgen zitten achter deze dwanghandelingen. Samen kiezen zij een eerste dwanghandeling uit om onder de loep te nemen. Met deze eerste dwanghandeling worden alle behandelfases doorlopen. Wanneer de patiënt geen aandrang meer voelt om de dwanghandeling uit te voeren (omdat de twijfel is opgelost), wordt een nieuwe behandelcyclus gestart en worden de behandelfasen (verkort) herhaald met een volgende dwanghandeling. Het obsessieve en het alternatieve verhaal Patiënt en therapeut gaan vervolgens tot in detail beschrijven hoe de gevreesde toestand (de primaire twijfel) aan de hand kan zijn (het obsessieve verhaal). Vervolgens is het tijd om het obsessieve onderwerp vanuit een neutrale, niet-obsessieve invalshoek te gaan bekijken. Er wordt gewerkt aan een verhaal dat haaks staat op het obsessieve verhaal: het alternatieve verhaal. Daarbij is het niet de bedoeling de patiënt te overtuigen van de juistheid van het alternatieve en de onjuistheid van het obsessieve verhaal. Het doel is merken dat het eigen waarnemingsvermogen ruimschoots toereikend is om het op te merken als het gevreesde aan de hand is en om te ervaren wat de invloed is van het neutrale verhaal. De basis van de therapie is daarmee gelegd: de patiënt herkent zijn twijfel achter de dwanggedachten, hij is zich bewust van het meeslepende obsessieve verhaal en van de invloed van een verhaal op hoe je tegen situaties aankijkt. Hij is zich ervan bewust dat hij zich in obsessieve situaties baseert op wat er allemaal zou kúnnen, en in neutrale situaties op wat hij hier en nu waarneemt. Het vervolg van de therapie bouwt voort op deze basis. PsyXpert Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het nascholingsartikel ‘IBA: de obsessieve twijfel achter dwangklachten’ door drs. Emma Koenen, onderzoeker i.o. en psycholoog i.o. tot GZ-psycholoog, drs. Nadja Wolf, onderzoeker i.o. en arts i.o. tot psychiater en dr. Henny Visser, psychotherapeut (in 2016 gepromoveerd op IBA). Het volledige artikel is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2020-4. Na het bestuderen van dit artikel: bent u bekend met de casusconceptualisatie van OCS volgens de Inference Based Approach (IBA-)methode; beschikt u over handvatten om de primaire twijfel te achterhalen die achter elke dwanghandeling schuilt; weet u meer over redeneerprocessen in OCS die maken dat deze primaire twijfel zo geloofwaardig aanvoelt; hebt u een globaal beeld van de behandeling van OCS volgens de IBA-methode. Bent u psychiater, klinisch psycholoog, NVP-lid of Eerstelijnspsycholoog NIP? Dan kunt u de bijbehorende e-learning vinden op www.psyxpert.nl en 1.5 of 1.0 PE-punt behalen (kan  variëren per vereniging).

Lees het hele artikel

Affectfobietherapie in de praktijk

Samenvatting van geaccrediteerde nascholing De affectfobietherapie (AFT) is een integratieve psychotherapie voor de behandeling van angst, depressie en ontwijkende persoonlijkheidsstoornissen (cluster C in de DSM-5). In deze samenvatting van een artikel zoals verschenen in PsyXpert 2020-04, wordt duidelijk gemaakt hoe de AFT-therapeut de patiënt helpt zijn belemmerende afweer los te laten, zijn afgeweerde gevoelens weer toe te laten en tot een adaptieve uiting daarvan te komen. De affectfobietherapie (AFT) is een integratieve psychotherapie voor de behandeling van angst, depressie en ontwijkende persoonlijkheidsstoornissen (cluster C in de DSM-5). McCullough Vaillant, de grondlegger van AFT, gebruikte de leertheoretische en gedragstherapeutische term ‘affectfobie’ om de angst voor gevoel mee aan te duiden. In dat geval is er dus geen angst voor iets buiten de persoon, zoals ruimtes of spinnen, maar een (onbewuste) angst voor verlangens en gevoelens binnen de persoon. Doelen AFT kent de volgende doelen. De AFT-therapeut helpt de patiënt allereerst om zijn belemmerende afweer los te laten. Als dit lukt, kan de patiënt vervolgens proberen de afgeweerde gevoelens en behoeftes weer toe te laten en tot een adaptieve uiting daarvan te komen. Dat is het tweede doel. Het derde doel is bewerking van het zelfbeeld en het beeld van anderen – want dat is door de belemmeringen vaak negatief gekleurd. Hoewel de afweer het startpunt is, kan dat lastig zijn als het zelfbeeld zeer negatief gekleurd is. De patiënt zal de interventies dan vooral als kritiek ervaren. In dat geval start de therapeut met de herstructurering van het zelfbeeld en het beeld van de ander, en volgen de andere bewerkingen daarna. Hierna worden de drie behandeldoelen besproken die de leidraad vormen in elke AFT-behandeling: herstructurering van de afweer; herstructurering van het gevoel; herstructurering van het zelfbeeld en het beeld van de ander. Herstructurering van de afweer De therapeut herkent de afweer vaak doordat de reactie van de patiënt verbaast en die niet ‘kloppend’ voelt. Enkele voorbeelden: de patiënt zegt dat de dood van zijn vader hem niets doet, vertelt lachend iets verdrietigs, vermijdt oogcontact, praat in vage of abstracte bewoordingen, richt zijn zorg vooral op anderen, heeft herhaaldelijk conflicten of haalt zichzelf steeds naar beneden. Hoe treedt de therapeut daarover in contact met de patiënt? Dat gebeurt op drie manieren: benoemen van de afweer; opsporen van de oorsprong van de afweer; loslaten van de afweer. Herstructurering van het gevoel Wanneer de patiënt zijn afweer durft los te laten en zijn angst kan reguleren, kan hij de weggedrukte gevoelens opnieuw gaan ervaren: het tweede behandeldoel. Dit herstructureren van het gevoel gebeurt in vitro en in vivo . Eerst helpt de therapeut de patiënt om in een geleide fantasie de confrontatie aan te gaan met de bedreigende situatie en de afgeweerde gevoelens toe te laten. Als het lukt de gevoelens in vitro toe te laten, stimuleert de therapeut de patiënt vervolgens om daarvoor in vivo een passende uitingsvorm te vinden. Herstructurering van het zelfbeeld Hoe gaan we in een AFT-behandeling nu aan de slag met de herstructurering van het negatieve zelfbeeld? Dat gebeurt in twee stappen: bewerken van de angst voor positieve gevoelens; vergroten van de ontvankelijkheid voor interne en externe signalen. Afronding van de therapie Bij de afronding van de therapie stellen de therapeut en de patiënt vast wat er in de aanmeldingsklachten en de affectfobieën concreet veranderd is en hoe deze verandering is bereikt. Deze evaluatie biedt de patiënt ook de mogelijkheid om trots te zijn op wat hij bereikt heeft. Daarnaast kan hij zijn dankbaarheid tonen, maar ook zijn teleurstelling uiten over de therapeut. Bij het afscheid neemt de patiënt de actieve, aanmoedigende, betrokken en geïnteresseerde houding van de AFT-therapeut met zich mee. Dit interne beeld helpt hem om ook na afronding van de therapie met zijn leerervaringen aan de slag te gaan, een goede ouder voor zichzelf te zijn en zijn eigen gevoelens en die van anderen serieus te nemen. PsyXpert Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het nascholingsartikel ‘Affectfobie in de praktijk’ door dr. Quin van Dam, klinisch psycholoog en psychodynamisch psychotherapeut. Het volledige artikel is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2020-4. Na het bestuderen van dit artikel: weet u wat de affectfobietherapie (AFT) is; kent u de drie doelen van AFT: herstructurering van de afweer, van het gevoel en van het zelfbeeld en het beeld van de ander; weet u hoe de afronding van de behandeling verloopt; kent u de daarbij horende interventies. Bent u psychiater, klinisch psycholoog, NVP-lid of Eerstelijnspsycholoog NIP? Dan kunt u de bijbehorende e-learning vinden op  www.psyxpert.nl  en 1.5 of 1.0 PE-punt behalen (kan  variëren per vereniging).  

Lees het hele artikel

Bekijk alle artikelen

Lees de laatste D!scura column

D!SCURA, onafhankelijk discussieplatform over professionaliteit in de zorg, werkt samen met PsyXpert. Wekelijks publiceert D!SCURA een column over een actueel onderwerp.

Naar de website

logo discura