Geaccrediteerde nascholing
Menu

'Maak de computer onderdeel van shared decision-making'

Interview met dr. Lotte Lemmens

Door op 29-09-2021

Samenvatting van het interview met Lotte Lemmens

Dr. Lotte Lemmens, psycholoog, is universitair docent bij de vakgroep Klinisch Psychologische Wetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Haar onderzoek richt zich op het optimaliseren van behandeluitkomsten van psychotherapie en van cognitieve gedragstherapie in het bijzonder. In diverse studies behandelstudies (RCT’s) en experimenten onderzoekt zij hoe, hoe goed, hoe lang en voor wie psychotherapie werkt. Daarnaast bekijkt zij of en op welke manier technologie (bijvoorbeeld een app op je smartphone) de verbinding kan vormen tussen dat wat er gebeurt in de behandelkamer en het dagelijks leven. Redactielid van PsyXpert Jurrijn Koelen interviewde Lemmens voor PsyXpert 2021-3.

Lemmens: ‘Ik hoor vaak dat therapeuten en onderzoekers niets met elkaar gemeen zouden hebben. Onderzoekers zouden in de torentjes van universiteiten allerlei onderzoek aan het doen zijn en therapeuten zouden dat wel interessant vinden, maar niet toepassen. Ik ben erachter gekomen dat dit uitermate gechargeerd is. De mensen om mij heen zien allemaal hoe je juist met elkaar een slag kunt maken om de kloof te dichten. Onderzoekers en therapeuten hebben hetzelfde doel: de beste mogelijke zorg geven. En ieder doet dat op zijn of haar eigen manier. Ik herken wel dat er een kloof is. Maar die heeft niet zozeer te maken met een gebrek aan interesse, als wel met implementatiemoeilijkheden en praktische beperkingen die gepaard gaan met het werk als onderzoeker of therapeut.’

Kloof dichten
De universitair docent ziet het als een van de taken van haar werk om actief bezig te zijn met het overbruggen van deze kloof – naast onderzoek, onderwijs en klinisch werk, vertelt ze. ‘Ik ben docent bij diverse RINO’s en geef daar wetenschapsvakken. Ik richt me daar op het toegankelijk maken van wetenschap en het zorgen dat mensen op een praktische manier kunnen bijblijven in hun vakgebied, zonder dat ze daarvoor avonden lang op PubMed moeten zoeken.’ Daarnaast is Lemmens voorzitter van het VGCt najaarscongres. ‘Ook dat is bij uitstek een congres voor therapeuten of scientist practicioners. Verder ik ben lid van de Maastrichtse Young Academy waar we niet alleen zorgen voor outreach en communicatie naar therapeuten, maar ook voor een breder publiek wetenschapscommunicatie verzorgen. Ik zie de kloof dichten dus als belangrijk onderdeel van mijn werk en vind dat meer meer onderzoekers dat zouden moeten doen.’

Apps
Een belangrijk aspect van Lemmens werkzaamheden betreft het onderzoek naar werkingsmechanismen in de psychotherapie. Daarnaast ontwikkelt ze onder meer apps. Hierbij benadrukt Lemmens dat het goed is om twee soorten apps van elkaar te onderscheiden. ‘Een app kan zowel een meetinstrument zijn als een interventie. In diverse projecten ben ik bezig met het in kaart brengen hiervan. Voor mijn Veni-onderzoek maak ik hiervan een vertaalslag naar hoe je apps buiten de behandelkamer kunt inzetten, om in het moment te interveniëren als dat nodig is.’

‘Hoe een app daarbij kan helpen zijn we nu aan het testen. We richten ons in onderzoek normaliter sterk op wat er gebeurt in de behandelkamer: we meten voor en na een sessie. Daarmee maak je de aanname dat wat er verandert in therapie, gebeurt in die 45 minuten dat iemand in de behandelkamer zit. Maar de kans is natuurlijk veel groter dat die verandering daarbuiten plaatsvindt. Van patiënten zelf hoorde ik ook dat ze hetgeen ze in de therapie ervaren en leren, al gauw vergeten in de thuissituatie. Dat bracht mij op het idee om een manier te zoeken om mensen op cruciale momenten te herinneren aan hun therapie. Door middel van ecological momentary assessment toets ik nu of op basis van patronen in data van mensen een profiel kan worden gemaakt van ‘risicomomenten’, waardoor de app weet wanneer er het beste een reminder aan therapiedoelen of tips gestuurd kan worden ter interventie.’

Online therapie
Online therapie bestaat al heel lang en is door COVID mogelijk nog relevanter geworden, maar slechts zo’n 15% van de therapieën in de ggz wordt online gegeven, haalt Koelen aan. Hoe kan dat volgens Lemmens? ‘Ik heb dit niet onderzocht, maar denk het te maken heeft met de doelgroepen die voor online therapie kiezen. Mogelijk bereiken online therapievormen juist de groepen mensen die niet in de ggz terechtkomen. Daarnaast denk ik dat het te maken heeft met de attitude en kennis van therapeuten om een online interventie in te zetten. Je moet op de hoogte zijn van de werkzaamheid van deze vorm van therapie en weten dat het niet als vervanger van de therapeut dient, maar als toevoeging kan worden ingezet.’

Man and machine
Denkt Lemmens dat er onder therapeuten de vrees bestaat om vervangen te worden door een online module of app? Dat lijkt haar overtrokken. Maar het ‘man vs. machine’-idee speelt volgens haar wel. ‘Ik zou zelf graag zien dat we gaan richting ‘man and machine’. Want de machine kan ons als therapeut heel goed helpen; bijvoorbeeld bij het voorspellen van uitkomsten of het kiezen van een behandeling of een focus. We zien in onderzoek dat de computer in sommige zaken echt beter is dan de mens. Bijvoorbeeld in het selecteren welke behandeling het best bij iemand past: statische predictie doet dan beter dan de intakestaf. Ik zie het als een gefundeerde extra bron van informatie. Het zou mooi zijn als de computer onderdeel wordt van shared decision making, naast de patiënt en de therapeut. Dat lijkt mij het ideale toekomstbeeld.’

PsyXpert
Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het interview met Lotte Lemmens. Het volledige interview is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2021-3. Meer weten? Kijk op www.psyxpert.nl.

Bent u lid? Log in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Koelen, J.A.
Vogelaar, T.
Thema Interview
Publicatie 29 september 2021
Editie PsyXpert - Jaargang 7 - editie 3 - 2021-3