Geaccrediteerde nascholing
Menu

'Technologie is niet meer weg te denken uit de ontwikkeling van ons vakgebied'

Interview met dr. Tara Donker

Door op 25-03-2020

'Technologie is niet meer weg te denken uit de ontwikkeling van ons vakgebied'

Samenvatting van het interview met Tara Donker

Dr. Tara Donker is GZ-psycholoog bij GGZ inGeest en als universitair hoofddocent verbonden aan het departement Klinische Psychologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op vroege interventie en preventie bij depressie, angst en suïcide. Donker is medeoprichter van ZeroPhobia, een start-up waarmee ze een app ontwikkelde die gebruikmaakt van cognitieve gedragstherapie (CGT) en virtual reality en augmented reality (VR/AR), gericht op de behandeling van fobieën zoals hoogtevrees en vliegangst.

Met haar onderzoek streeft ze ernaar gezondheidszorg meer toegankelijk en schaalbaar te maken.

Teije Koopmans, redactielid van PsyXpert, is klinisch psycholoog en psychotherapeut bij Stichting VALK in Leiden.

Wat was jouw allereerste kennismaking met het vakgebied van de psychologie? 
Dan moet ik even goed nadenken, dat is lang geleden. Ik heb eerst maatschappelijk werk gestudeerd en bij de reclassering gewerkt. Daar werkte ik met gedetineerden, met ‘boefjes’, en mensen die op vrije voeten  waren, maar een verplicht reclasseringscontact hadden. Ik denk dat dat de eerste kennismaking was met psychologie, via hulpverlening in een gedwongen kader. Daar merkte ik dat ik het niet alleen bij maatschappelijk werk wilde laten, maar de behoefte had om meer de psychologie in te duiken. Vervolgens heb ik me aangemeld bij de VU, met het idee om forensische psychologie te gaan doen. Maar toen die richting kort daarna werd opgedoekt, ben ik klinische psychologie gaan doen. Nu denk ik dat dat een heel goede keuze is geweest.

Wat is jouw behandelreferentiekader van eerste keuze? Bijvoorbeeld het psychodynamische kader of eerder het cognitief-gedragstherapeutische kader, wat heeft jouw voorkeur?
Voornamelijk het cognitief-gedragstherapeutisch kader, met schemagerichte technieken en EMDR erbij.

Dit zeg je heel overtuigd. Heb je iets in je carrière ervaren waardoor je wist dat dit écht het kader voor je was, of is dit iets waar je vanzelf in groeit door mensen die je hebt ontmoet of docenten die je inspireren?
Ik ben ermee in aanraking gekomen tijdens mijn stage in – destijds nog – de Valeriuskliniek. Daar mocht ik als stagiair cognitieve gedragstherapie geven. Toen was ik zeer onder de indruk van de therapie, omdat ik merkte dat het echt effect had bij mijn patiënten. Vervolgens ben ik het heel leuk gaan vinden. In mijn opleiding had ik niet zoveel op met die gedachten en gevoelens. In de psychoanalyse was ik toen ook wel geïnteresseerd. Maar door die stage-ervaring ben ik helemaal in de CGT gegroeid.

Er worden tegenwoordig therapieën aangeboden in de vorm van blended therapy of met behulp van virtual reality. Ik krijg de indruk dat deze vooral vanuit commercieel oogpunt worden aangeboden, en dat deze ontwikkelingen minder gevoed worden door de wetenschap. Hoe kijk jij hiernaar als wetenschapper?
Dat ben ik met je eens. Hetzelfde zie je bij internettherapieën: er zijn er veel die niet onderzocht zijn, maar vanuit de zorgverzekeraar – of soms door een goede marketingstrategie – een enorme boost hebben gekregen om geïmplementeerd te worden in de gezondheidszorg, zonder enige wetenschappelijke evidentie. Dat zie je ook bij de apps die op dit vlak worden aangeboden. We hebben een aantal jaren geleden een meta-analyse gedaan op alle mental health apps die je in de appstore kunt vinden: minder dan 1% daarvan was evidence-based. Dat is de afgelopen jaren iets verbeterd, maar nog steeds is de werking van het merendeel ervan niet wetenschappelijk bewezen.

Staat virtual reality als therapiemodaliteit wat jou betreft nog in de kinderschoenen of is het al veel verder dan dat?
Het is veel verder dan dat. VR werd dertig jaar geleden al onderzocht door prof. dr. Paul Emmelkamp. Als je kijkt naar toen en nu, dan is er een enorme ontwikkeling geweest. VR begint nu echter pas de weg naar de praktijk van alledag te vinden en ook het onderzoek daarnaar neemt toe. We zijn recent gestart met het analyseren van de gebruikersgegevens van participanten. Hiermee kun je precies zien hoe lang deelnemers bezig zijn met het oefenen in virtual reality. Het is reuze interessant om nu te onderzoeken wat het optimale level is van oefenen, of er een sweet spot is. Hoe vaak moet je iets oefenen en hoe lang, en wanneer heeft het geen toegevoegde waarde meer in de effectiviteit? Dat kun je met VR veel beter onderzoeken dan in de analoge versie. Met deze bron aan data kunnen exposurebehandelingen weer verder verbeterd worden.

Wat is de stip aan de horizon als het gaat om wat VR te bieden heeft voor ons vakgebied?
Dat vind ik een heel moeilijke vraag waarover ik geen voorspelling kan doen. Het zou mooi zijn als straks iedere therapeut iets van VR aan cliënten kan aanbieden. En er bovendien een aantal gevestigde apps is die mensen kunnen gebruiken. Geld is een groot issue in de wereld van de GGZ. Dus als je VR kosteneffectief en schaalbaar kunt implementeren, zodat het voor een groot publiek bereikbaar wordt, bijvoorbeeld via je mobiele telefoon, dan denk ik dat het een heel goede toekomst heeft.

PsyXpert
Dit artikel is een sterk verkorte weergave van het interview met Tara Donker. Het volledige interview is verschenen in nascholingsmagazine PsyXpert, editie 2020-1. Meer weten? Kijk op www.psyxpert.nl.

Log in om een reactie te plaatsen

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Koopmans, T.A.
Vogelaar, T.
Thema Interview
Publicatie 25 maart 2020
Editie Psyxpert - Jaargang 6 - editie 1 - 2020-1